Het BuSO- wat staat voor Buitengewoon Secundair Onderwijs-, Oosterlo , wordt bestuurd door een RvB, voorgezeten door Jan Van den Eynde.

In het BuSO Oosterlo bieden wij onderwijs aan voor leerlingen van type 2 (matig en ernstige verstandelijke handicap) en type 9 (rand– tot normale begaafdheid met een diagnose autisme). Voor beide types  organiseren wij opleidingsvorm 1 en opleidingsvorm 2 voor jongeren van 13-21 jaar, zowel voor jongens als meisjes. Binnen opleidingsvorm 1 bieden wij daarnaast ook onderwijs aan voor jongeren met een type 3 attest, op voorwaarde dat deze verblijven binnen MPI Oosterlo.

BuSO Oosterlo werkt op de campus in Oosterlo erg nauw samen met BKLO Oosterlo (buitengewoon kleuter- en lager onderwijs) en met het dienstverleningscentrum ‘MPI-Oosterlo’.

1           Pedagogisch Project en doel

Het BuSO Oosterlo is een school die vanuit een christelijke levensvisie kwalitatief onderwijs, opvoeding en zorg wil aanbieden in de ruimste zin van het woord aan jongeren.

 1.1         Een christelijke mens- en maatschappijvisie

 Mensvisie:

Mens zijn is mens worden. Aan ieder zijn mogelijkheden gegeven om zich te ontwikkelen, ten bate van zichzelf, de anderen en de wereld rondom hem. Waarden als vrijheid en liefde staan centraal. Vrijheid bestaat erin jezelf te realiseren ten bate van de medemens. Liefde betekent medemenselijkheid, solidariteit en is de grondhouding voor iedere menswording.

  Maatschappijvisie:

Wij kiezen, ijveren voor een samenlevingsmodel waarin ieder mens, dus ook een jongere met extra ondersteuningsnoden de ruimte krijgt om zijn eigen geaardheid gestalte te geven. De mens leeft in een samenleving en heeft het recht om aan het gemeenschapsleven deel te nemen. Leven in een gemeenschap wil zeggen dat de mens rekening houdt met die gemeenschap, maar dat hij ook het recht heeft om een persoonlijke keuze te maken. Samenleven als evenwaardige personen is hiertoe een essentiële voorwaarde. Dit is slechts mogelijk in een opbouwende relatie waarin zowel rechten als plichten bestaan.

  1.2         Doel

 Ieder mens heeft van bij de geboorte mogelijkheden die slechts in de kiem aanwezig zijn en die ontwikkeld moeten worden. Deze ontwikkeling omvat de totale persoonlijkheid, d.w.z. zowel de mens als individu met gevoelens en strevingen, met mogelijkheden op motorisch en verstandelijk vlak, als de mens in wisselwerking met zijn omgeving.

Het doel van ons onderwijs, opvoeding en begeleiding is het scheppen van kansen en mogelijkheden die de leerlingen stimuleren tot optimale zelfrealisatie en hen in staat stellen hun levenstaak zo zelfstandig mogelijk te vervullen.

Dit willen we doen:

  • vanuit respect voor de eigenheid van elk van de ons toevertrouwde jongeren en hun ouders
  • met een sterk geloof in de ontwikkelingsmogelijkheden van elke jongere, daarbij rekening houdend met de totale persoonlijkheid
  • in samenwerking en vanuit ieders specifieke opdracht
  • waarbij steeds de reeds bereikte autonomie/ zelfstandigheid gerespecteerd wordt, hetzij als tussenstadium in  de ontwikkeling, hetzij als hoogst realiseerbaar ontwikkelingsniveau.

  2           Inschrijving en opname van leerlingen

 2.1         Administratief dossier van een leerling

De school verwerkt persoonsgegevens van alle ingeschreven leerlingen met behulp van de computer. Dat is nodig om de leerlingenadministratie en de leerlingenbegeleiding efficiënt te organiseren. Om gepast te kunnen optreden bij risicosituaties, verwerkt de school ook gegevens betreffende de gezondheidstoestand van sommige leerlingen, maar dat gebeurt enkel met de schriftelijke toestemming van de leerlingen of hun ouders. De privacywet geeft je het recht te weten welke gegevens de school over jou verwerkt en het recht deze gegevens te laten verbeteren als ze fout zijn of ze te laten verwijderen als ze niet ter zake dienend zijn.
Uitwisseling van gegevens naar externe organisaties  (met uitzondering van scholen en CLB), gebeurt enkel mits akkoord van de ouders. Voor interne en semi-interne leerlingen wordt MPI-Oosterlo niet aanzien als een externe organisatie omdat er eenheid van zorg is en wij samenwerken als één behandelingsteam. Voor deze leerlingen worden er dan ook gegevens uitgewisseld tussen MPI en school, uiteraard rekening houdend met de wet op de privacy.

 2.2         De leerplicht

 De normale overgang naar het buitengewoon secundair onderwijs heeft plaats op dertien jaar.

Een leerling kan tot zijn eenentwintig jaar in BuSO blijven. In sommige gevallen is verlenging mogelijk mits positieve beslissing door de klassenraad. Hierbij worden volgende criteria gehanteerd:

  • We laten als school maximum 2 schoolverlengingen toe.
  • Een schoolverlenging is slechts mogelijk indien ouders en leerling nog gemotiveerd zijn tot schoollopen.  
  • Een schoolverlenging is slechts mogelijk indien er nog geen plaats is in de volwassenenopvang of werkplaats.
  • Na een jaar alternerende stage in opleidingsvorm 2 kan er slechts in uitzonderlijke gevallen een schoolverlenging aangevraagd worden.

2.3         Inschrijving

 De inschrijving in de school kan slechts gebeuren als de leerling beschikt over een attest OV1 ( type 2, type 3 (enkel internen) of type 9) of een attest OV2 ( type 2 of type 9). Voorts is er een verslag van het CLB vereist. Dit verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording.

 Bij de inschrijving dient één van de volgende documenten te worden voorgelegd: identiteitskaart van de leerling  of inschrijvingsbewijs in het vreemdelingenregister. De beslissing tot inschrijving wordt genomen door de directie van de school.

 Indien uw kind wordt opgenomen in de school , bepaalt de directeur – na advies van de klassenraad en eventueel de cliëntbespreking – in welke leerlingengroep (klas) een leerling wordt geplaatst.

De jongeren worden opgevangen in pedagogische eenheden die zoveel als mogelijk nauw aansluiten bij hun onderwijs - en opvoedingsnoden.

 Onze school heeft het recht om je inschrijving te weigeren indien je, na een tuchtprocedure, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

Onze school heeft het recht om elke bijkomende inschrijving te weigeren wanneer wegens materiële omstandigheden de vooropgestelde maximumcapaciteit wordt overschreden en dit op niveau van de school, de vestigingsplaats, een opleidingsvorm, een type of een pedagogische eenheid.

 2.4         Opname

  • in het algemeen:

Indien er door de ouders geopteerd wordt voor ‘module verblijf’ of ‘module dag’ van MPI Oosterlo,  is er een ‘opname -procedure’ uitgewerkt. Hierbij zijn zowel vertegenwoordigers van het MPI (Medisch Pedagogisch Instituut) als de directie van de school of zijn afgevaardigde betrokken.

Men kan immers maar gebruik maken van de ‘module verblijf’ of ‘module dag’  als men ingeschreven is in de school en tevens ingeschreven is in het MPI.

  • in het bijzonder:

Indien een leerling behoefte heeft aan een ‘bijzondere’ leef - leergemeenschap, namelijk de geïntegreerde werking, waar het leer- en leefgebeuren zich afspeelt binnen één locatie, moeten de betrokken ouders akkoord gaan met de inschrijving van hun zoon/dochter in de school en tevens met de opname in ‘module verblijf’ of ‘module dag’.. Gezien de intense nood aan begeleiding kan zulk een setting slechts slagen in het aanbieden van een kwaliteitsvol aanbod als leerkrachten en opvoed(st)ers samen ingezet worden en verantwoordelijk zijn voor de dagbesteding.

 

3           Begeleiding van de leerlingen

Wij vinden het erg belangrijk dat onze leerlingen zich veilig en aanvaard voelen, een boeiend aanbod krijgen en in een voor hen gepaste leer­groep te­recht komen. We zijn ervan overtuigd dat dit de basis bij uitstek is om de ontwikkeling te stimuleren en leerproces­sen op gang te brengen.

In het begin van het nieuwe schooljaar is het voor iedereen wat nieuw en dit geldt zeker in het bijzonder voor de nieuwe leerlingen. We houden onze "kersverse" pupillen bij het aanpas­singsproces, het  ingroeien in

onze schoolgemeenschap bijzonder in de gaten.

Maar ook voor andere leerlingen zijn er dikwijls nieuwe ele­menten

te verwerken, ook zij komen soms in een andere leer­groep te zitten, krijgen te maken met nieuwe medeleerlin­gen en nieuwe leerkrachten. En ook voor hen is het belangrijk dat ze zich emotioneel goed voelen.

 

3.1         Leerlingenbesprekingen

 

  • de klassenraden:

Deze klassenraden nemen iedere week twee lesuren in beslag en

zijn gedurende het ganse schooljaar het forum waar de leer­krachten en de paramedici de evolutie van de leerlingen en de leer­groep(en) bespreken. Zo wordt er ook aan het samenstellen van de leergroepen, op het einde van het schooljaar heel wat tijd en energie besteed.

De leerkrachten stellen een "programma" (leerinhouden, leer­activiteiten) op, waarvan ze verwachten dat iedere leer­ling er zijn "voordeel" mee kan doen. Sommige onderdelen worden op de klassenraad besproken, evenals de wijze waarop er met de leerlingen zal gewerkt worden. Zo zal er bijvoorbeeld afhankelijk van de noden van de leerlingen en de leergroep, in méér of minde­re mate afzonderlijk (per leerling) of groepsgewijze gewerkt worden.

Elke leergroep heeft een klastitularis. De klastitularis is de draaischijf binnen het klasgebeuren. Hij coördineert de klaseigen opdrachten en de opvoedingsactiviteiten voorzien binnen het door de klassenraad bepaald handelingsplan.

  • cliëntbesprekingen (C.B.) :

Deze besprekingen vinden plaats onder de leiding van de psycho -pedagoog en alle betrok­ken partijen die met de pupillen te maken hebben zijn daarop vertegenwoordigd. Voor leerlingen uit de ‘module verblijf en ‘module dag’ zijn dit  de opvoed(st)ers, de zorg leer­kracht, de paramedici (logopedisten, kinesisten), de medi­sche dienst en de sociale dienst van het MPI. Het is de bedoeling om op die wijze de  evolutie van de leerlingen  in zijn geheel (zowel in de leef- als in de leergroep)  te kunnen opvolgen.  

 
 

3.2         Begeleidend Centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)

Onze school wordt begeleid door:

CLB-Kempen, groep buitengewoon onderwijs

Vestiging Geel

Stationsstraat 160

2440 Geel

tel. 014/58 85 34

buo@clb-kempen.be

 

De contactpersonen voor onze school zijn: Els Van Craenendonck en An Haemhouts.

 Openingsuren:

Het centrum is elke werkdag open van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 16.30 uur. Elke 2e en 4e donderdag van de maand is het centrum tot 18.30 uur geopend.

Je kunt met de medewerkers ook (telefonisch) afspraken maken voor andere gespreksuren.

Het CLB sluit van 15 juli tem 15 augustus. En tijdens de kerst- en paasvakantie (m.u.v. 2 dagen in de kerstvakantie).

Tot 15 juli en vanaf 16 augustus is er permanentie voorzien. Je belt best voor een afspraak, zodat de medewerkers je vlot kunnen verder helpen.

  Je CLB helpt

We zijn er voor leerlingen, ouders en school. We werken op verschillende vlakken samen met de school, maar we behoren er niet toe. Je kunt dus gerust los van de school bij ons terecht. Je kunt alleen terecht bij het CLB dat samenwerkt met de school waar je ingeschreven bent.

 Waarvoor kan je bij ons terecht?

Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bieden gratis informatie, hulp en begeleiding voor leerlingen, ouders en scholen.

Je kunt bij je CLB terecht met heel wat vragen.

 

Je kunt naar het CLB...

o   als je ergens mee zit of je niet goed in je vel voelt

o   je moeite hebt met leren

o   voor studie- en beroepskeuzehulp

o   vragen hebt over je gezondheid, je lichaam...

o   met vragen over seks, vriendschap en verliefdheid

o   voor inentingen

 

Je moet naar het CLB...

o   op medisch onderzoek

o   als je te vaak afwezig bent op school (leerplicht)

o   voor een overstap naar het buitengewoon onderwijs

o   om vroeger of net later aan de lagere school te beginnen

o   bij een niet zo voor de  hand liggende instap in het eerste leerjaar A of B van het secundair onderwijs

 

Voor een clb-tussenkomst is er een uitdrukkelijke toestemming nodig van de ouders als je jonger bent dan 12 jaar. De leerlingen ouder dan 12 jaar kunnen dit zelf beslissen.

  • Op onderzoek: het medisch consult

Elke leerling moet verschillende keren op onderzoek bij de CLB-artsen

en verpleegkundigen. Die onderzoeken zijn verplicht. In het gewoon onderwijs is dat in vaste leerjaren, in het buitengewoon onderwijs in de 1ste en 2de kleuterklas en verder om de twee jaar. Ook wanneer je het eerste jaar begint in het deeltijds onderwijs of een erkende vorming aanvat, voert de CLB-arts een medisch onderzoek uit. Tijdens het onderzoek mag je aan de verpleegster en de dokter altijd vragen stellen. Je kunt ook met de dokter een afspraakje maken op een later tijdstip. Je kunt de onderzoeken ook door een andere arts laten uitvoeren maar daar zijn enkele voorwaarden aan verbonden. Die vraag je best aan je CLB.

  • Inentingen:

Het CLB biedt gratis inentingen aan. Daarbij volgen we het ‘vaccinatieprogramma’ dat door de overheid is aanbevolen.

Om ze te krijgen moeten je ouders toestemming geven.

 

Welke inentingen kan je krijgen?

  • 6/7 jaar: Polio (kinderverlamming), Difterie (kroep), Tetanus (klem) en Kinkhoest
  • 10/11 jaar: Mazelen, Bof (dikoor), Rubella (rode hond)
  • 12/13 jaar: Hepatitis B (geelzucht) 2X
  • 14/15 jaar: Difterie, Tetanus, Kinkhoest
   

 CLB-dossier

Als je bij ons voor begeleiding komt, dan maken we een dossier. Daarin komt alles wat met jou en de begeleiding te maken heeft. We houden ons uiteraard aan enkele regels:

  • In het dossier komen enkel gegevens die nodig zijn voor de begeleiding.
  • We behandelen de gegevens met de nodige discretie en zorgvuldigheid.
  • We houden ons aan het beroepsgeheim en het ‘decreet rechtspositie minderjarigen’.

 Het dossier inkijken?

Vanaf 12 jaar mag dat meestal, maar hierop bestaan enkele uitzonderingen. Ouders of voogd mogen het dossier dan enkel inkijken met jouw toestemming. Als je jonger dan 12 jaar bent, dan mogen je ouders of voogd het dossier inkijken. Dat geldt wel niet altijd en ook niet voor het volledige dossier. Voor gezondheidsgegevens bijvoorbeeld beslist de arts.

Je kunt een kopie vragen van de gegevens die je mag inkijken. Inkijken gebeurt wel altijd samen met een gesprek om uitleg te geven. Die kopie is erg vertrouwelijk en mag niet voor iets anders dienen dan jeugdhulp.

Je kunt vragen om sommige gegevens niet in het dossier op te nemen. Daarvoor moet je wel een ernstige reden hebben. Het mag bovendien niet gaan om gegevens die we verplicht verwerken, zoals de resultaten van de medische onderzoeken.

 Naar een andere school

Als je naar een andere school gaat dan gaat je dossier naar het CLB waar die school mee samenwerkt. Je kunt je daartegen verzetten maar sommige gegevens geven we verplicht door. Dat kan je niet weigeren: identificatiegegevens, gegevens over leerplicht, inentingen, medisch onderzoek en de opvolging hiervan. Zo zijn we bv. ook verplicht om een kopie van het verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs aan je nieuwe school te bezorgen.

Als je niet wilt dat je hele dossier naar je nieuwe CLB gaat dan moet je dat binnen de 10 dagen na je inschrijving in de andere school schriftelijk laten weten aan je (oude) CLB. Dat moet zo snel omdat je dossier anders automatisch verhuist met je inschrijving.

En later?

We houden je dossier minstens 10 jaar bij op de hoofdzetel van jouw CLB, te tellen vanaf het laatste medisch consult.

  3.3         Contacten met de ouders

  • Engagementsverklaring

Ouders hebben hoge verwachtingen van de school voor de opleiding en opvoeding van hun jongeren. De leden van het schoolteam zetten zich elke dag in om dit engagement waar te maken. In ruil verwachten zij wel de volle steun van de ouders.

Daarom maken we in onderstaande engagementsverklaring wederzijdse afspraken:

 Onze school kiest voor een intense samenwerking met de ouders. We doen dat omdat we partners zijn in de opvoeding van uw jongere. Het is goed dat u zicht hebt op de werking van de school.

Wij verwachten dat u zich als ouder samen met ons engageert om nauw samen te werken rond de opvoeding van uw jongere en steeds ingaat op onze uitnodigingen tot oudercontact. Wij engageren ons om steeds te zoeken naar een alternatief overlegmoment indien u niet op de geplande momenten voor oudercontact kan aanwezig zijn. Wij engageren ons om met u in gesprek te gaan over uw zorgen en vragen t.a.v. de evolutie van uw jongere. Wij verwachten dat u met ons contact opneemt bij vragen of zorgen t.a.v. uw jongere. We willen u de bestaande informatiekanalen zoals communicatieschrift, postomslag, oudercontacten, cliëntbesprekingen, gezinsgesprekken, … ten zeerste aanraden.

 Bij de start van het schooljaar wordt een oudercontact georganiseerd voor alle ouders.

Ouders maken hierbij kennis met de accenten in de groepswerking.

We nodigen ouders uit als partner bij de opvolging van het individuele

handelingsplan voor hun jongere. Daarvoor worden er in de loop van het

schooljaar individuele oudercontacten georganiseerd.

Wie niet op het oudercontact kan aanwezig zijn kan een gesprek aanvragen op een ander moment. Als u zich zorgen maakt over uw jongere of vragen hebt over de aanpak, dan kan u op elke moment zelf een gesprek aanvragen met de orthopedagoog.

  het contactschriftje of agenda

Dit schriftje wordt doorgaans wekelijks met de jongeren meegegeven en wordt zowel door de leerkrachten, als zoon of dochter gebruik maakt van de ‘module verblijf’ of ‘module dag’, door de opvoed(st)ers,  als door de ouders gebruikt. De leerkrachten vermelden , volgens een beurtrol , rond welk thema ze werken, hoe het gedrag was de afgelopen dagen, eventueel bijzondere vorderingen die werden gemaakt, praktische mededelingen...

Ouders kunnen in het schriftje allerlei zaken meedelen (bijvoorbeeld omtrent het verloop van het weekend, bijzondere gebeurtenissen,.......) of  kunnen vragen stellen of hun bezorgdheid uiten omtrent het wel en wee van hun kind of uiteraard praktische info doorgeven...

Door middel van dit schriftje kunnen zowel ouders als leerkrachten, eventueel de opvoed(st)ers ingaan op actuele situaties en gebeurtenissen waarmee de jongere te maken heeft.

 In een aantal leergroepen worden er klassenagenda’s gebruikt. Voor de leerlingen is dit een werkwijze om de voorbije activiteiten in herinnering te brengen en een overzicht te maken en voor de ouders een mogelijkheid om het schoolse gebeuren te volgen.

 Na het eerste semester en op het einde van het schooljaar krijgt iedere leerling een evaluatie - rapport mee. De lay-out van het rapport kan enigszins verschillen van klasgroep tot klasgroep.

 georganiseerde oudercontacten:

Ieder jaar worden er ouderavonden georganiseerd waarvan het doel is informatie uit te wisselen tussen de ouders en de personeelsleden. We hechten belang aan een goede samenwerking met de ouders.

 Ouders hoeven uiteraard niet te wachten totdat er formele contacten georganiseerd worden door de school. Via een briefje, het contactschriftje of een telefoon kan u een mededeling doen.

Indien ouders vragen hebben of er dient zich een probleem aan, kan er een afspraak gemaakt worden voor een gesprek. Ook kunnen ouders vanuit de school uitgenodigd worden, bijvoorbeeld indien er zich een probleem voordoet om samen naar oplossingen te zoeken, of om hun medewerking te verlenen aan bepaalde activiteiten.

 publiceren van foto’s:

De school maakt in de loop van het schooljaar regelmatig foto’s en/of video-opnames van leerlingen tijdens verschillende evenementen. Die gebruiken we voor onze schoolwebsite of gebruiken ze als illustratie tijdens evenementen zoals ons jaarlijks zomerfeest of in drukwerk. De personen die de beeldopnamen maken zullen dat steeds doen met respect voor wie op die beelden staat. We letten erop dat de beeldopnamen niet aanstootgevend zijn. Bij twijfel zullen we steeds de betrokkenen aanspreken en hun toestemming vragen.

 Via een documenten vragen wij uw toestemming voor de publicatie en/of het gebruik van de foto’s van uw zoon/dochter. U heeft het recht om hiervoor geen toestemming te geven.

 We wijzen erop dat deze regels ook voor jou gelden. Volgens de privacywet mag je beeld- of geluidsopnamen waarop medeleerlingen, personeelsleden van de school of andere personen herkenbaar zijn, niet publiceren of doorsturen tenzij je de uitdrukkelijke toestemming hebt van alle betrokkenen.

  3.4         Tijdelijk onderwijs aan huis

Om een beroep te doen op ‘tijdelijk onderwijs aan huis’ moet de leerplichtige leerling meer dan 21 dagen ononderbroken kalenderdagen afwezig zijn wegens ziekte of ongeval of  9,5 dagen in geval van een chronische ziekte. De ouders moeten het onderwijs aan huis schriftelijk aanvragen.

Een leerling die wegens ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig is op school heeft eveneens recht op tijdelijk onderwijs aan huis.

De leerling krijgt wekelijks vier uren onderwijs.

Voor sommige leerplichtige leerlingen is het omwille van een handicap onmogelijk om onderwijs te volgen in een school. Deze leerlingen hebben, na gunstig advies van de Inspectie Onderwijs, recht op ‘permanent onderwijs aan huis’. Dat omvat vier lestijden per week en wordt gegeven door een school voor buitengewoon onderwijs.

De leerlingen die in de onmogelijkheid verkeren om onderwijs te volgen, kunnen,  op verzoek van de ouders ook vrijstelling van leerplicht verkrijgen. Deze vrijstelling kan tijdelijk of permanent zijn. Ook hierover beslist  de Inspectie Onderwijs 

 

3.5         Synchroon internetonderwijs

Als je door ziekte of ongeval tijdelijk niet de lessen kan volgen, heb je mogelijk recht op synchroon internetonderwijs via Bednet. Dit biedt de mogelijkheid om van thuis uit via een internetverbinding live deel te nemen aan de lessen, samen met je klasgenoten. Met vragen hierover kan je steeds terecht bij de directie. We zullen je ook op deze optie wijzen wanneer je aan de voorwaarden voldoet.

 

4           Organisatie van de school

4.1         Schoolbestuur

 

Het Schoolbestuur is de eindverantwoordelijke die zorgt voor het algemeen welzijn en de persoonlijkheidsontplooiing van de jongeren en voor de opbouw en bezieling van een echte leer- en leefgemeenschap. Zij bevordert en ondersteunt bij de ouders, de personeelsleden, de vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap en de leerlingen een medeverantwoordelijkheidszin voor de uitbouw van een kwalitatief onderwijs. Het christelijk opvoedingsproject, zoals uitgeschreven in de ‘Opdrachtverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen’ en het schooleigen opvoedingsproject vormen hiervan de basis.

 

4.2         Directie

Directeur:   Mevr. Thamara de Nijs, Eindhoutseweg 25, 2440 Geel (Oosterlo), Tel.: 014/ 86.11.47

In opdracht van het Schoolbestuur waakt de directeur over inhoud, methoden en peil van het onderwijs en staat hij in voor de pedagogische begeleiding en nascholing van de personeelsleden.

 

 

4.3         Samenwerkingsverband met  MPI Oosterlo

Opdracht MPI: zie opdrachtsverklaring MPI

Voor alle leerlingen die gebruik maken van de ‘module verblijf’ of ‘module dag’  van MPI Oosterlo,  bestaat er een intense samenwerking met het MPI, dit betekent met de opvoed(st)ers van de leefgroepen, de sociale en medische dienst, de zorgcoördinator.

 

 

4.4         Onderwijzend, paramedisch en ondersteunend personeel

De groep van leerkrachten vormt het onderwijzend personeel. De namen van de leerkrachten waarvan uw zoon/dochter les krijgt en de namen van de medeleerlingen worden in de eerste week van het nieuwe schooljaar aan de ouders bezorgd.

Het paramedisch personeel staat in voor het bieden van extra ondersteuning in de klassen alsook voor het uitdragen en inzetten van hun expertise binnen de klas- en schoolwerking.  

De verpleegkundige volgt vooral de externe leerlingen op voor wat medische aspecten betreft.

Het ondersteunend personeel heeft onder andere als taak het meewerken aan de schooladministratie, het toezicht en het begeleiden van leerlingen.

4.5         Opleidingsvormen

Wij organiseren in onze school twee opleidingsvormen.

 

  • Opleidingsvorm 1:

Deze opleidingsvorm geeft een algemene sociale vorming gericht op maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving waarin ondersteuning voorzien is en in voorkomend geval op arbeidsdeelname in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is. Met ‘arbeidsdeelname’ wordt bedoeld: het uitvoeren van maatschappijrelevante activiteiten met productief of dienstverlenend en niet-vrijblijvend karakter.

Al naar gelang hun noden en mogelijkheden krijgen de leerlingen (jongens en meisjes) een leer- en opvoedingsaanbod, met het oog op een maximale ontwikkeling van hun talenten.

We streven ernaar onze jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomst en doen dit door het ontwikkelen en het stimuleren van volgende ontwikkelings- en levensdomeinen:

  • de emotionele en sociale en godsdienstige vorming:
    • een gezond zelfwaardegevoel, opkomen voor jezelf
    • respectvolle omgang met anderen, samen leren leven en werken
    • het beleven van evangelische waarden
  • de persoonlijke redzaamheid: vaardigheden met betrekking tot eten, kleding, lichaamsverzorging....
  • de huishoudelijke redzaamheid: het kunnen helpen bij het bereiden van het eten, het onderhoud van de woning, het uitvoeren van allerlei huishoudelijke opdrachtjes...
  • maatschappelijke redzaamheid: aangepaste gedragsvormen in een ‘ruimere’ omgeving: zelfstandig of samen met begeleiding gaan winkelen, de bibliotheek bezoeken,  gebruik maken van het openbaar vervoer...., het deelnemen aan socio -culturele en sportieve gebeurtenissen....
  • de communicatievaardigheden: het in contact komen met anderen, al dan niet met woorden, al dan niet ondersteund met prenten of gebaren
  • zinvolle bezigheden:
    • bal - en groepsspelen, zwemmen , ritme en dans......
    • motorische vaardigheden en technieken met daarbij horend werkgedrag die hen moeten toelaten, onder begeleiding, zinvolle taken uit te voeren van creatieve – of handambachtelijke aard, te werken in de tuin, hun steentje bij te dragen bij inpak-, verpakkings- en verzendingswerk...... 

Hierbij zijn het zich ‘betrokken voelen’ en het ‘zich welbevinden’ van de leerlingen belangrijke richtingaanwijzers.

De toekomst kan er voor hen zeer verschillend uitzien en dit zowel wat hun woon-,  als bezigheidsmilieu en als vrijetijdsbesteding betreft.

Opleidingsvorm 1 bereidt voor op maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving waarin ondersteuning voorzien is en in voorkomend geval op arbeidsdeelname in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is.

Deze omgeving kan zijn: thuis, een nursingtehuis, een bezigheidstehuis,

een dagcentrum, een activiteitencentrum, onder supervisie een zinvolle bezigheid uitvoeren in het ‘gewone milieu’, begeleid werken in een arbeidsomgeving waar ondersteuning voorzien is.

Voorts is de mate waarin onze leerlingen zich kunnen integreren in het socio-culturele leven, afhankelijk van individuele mogelijkheden en concrete omstandigheden.

  • Opleidingsvorm 2:

Deze opleidingsvorm geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining gericht op maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is en op tewerkstelling in een werkomgeving waar in ondersteuning voorzien is.

Met ‘tewerkstelling in een werkomgeving waar ondersteuning is voorzien’ wordt bedoeld: het verrichten van betaalde arbeid in een werkomgeving die afgestemd is op de capaciteiten, beperkingen, de arbeid-gerelateerde wensen en ontwikkelingsmogelijkheden van personen met een arbeidshandicap.

Het gaat om jongeren (jongens en meisjes) al dan niet met een  verstandelijke beperking, waarbij het opzet is hun integratie in een beschermd leef- en arbeidsmilieu mogelijk te maken. Dit veronderstelt dat onze leerlingen een zekere graad van zelfstandigheid bereiken op gebied van persoonlijk en sociaal functioneren,  redzaamheid, wonen, vrije tijd en mobiliteit...

En tevens dat zij de nodige kennis en inzichten, vaardigheden en arbeidsattitudes verwerven om in een arbeidsproces te kunnen worden ingeschakeld.

Deze opleiding bestaat uit 2 fasen, waarvan de 1ste 4 leerjaren omvat en de 2de 3 leerjaren. In beide fasen is er een pakket "Algemene socia­le vorming" (ASV) en een pakket "Beroepsgerichte vorming" (BGV = arbeid - ­geschiktmaking) voorzien.

De opleiding omvat dus 7 leer/schooljaren.

Vanaf het 5de jaar neemt de 2de fase een aanvang, wat onder meer tot uiting komt doordat aan het pakket “arbeidsgeschiktmaking” een groter aantal uren wordt toegekend en er stages voorzien worden in de 2 laatste jaren.

 

In de 1ste fase wordt de nadruk gelegd op:

  • de emotionele, sociale en godsdienstige vorming: zelfwaardegevoel en relatiebekwaamheid, het beleven van evangelische waarden
  • de communicatie: taal - en denkontwikkeling, functioneel lezen, rekenen en schrijven
  • de algemene handvaardigheid: via huishoudelijke activiteiten, naad- en handvaardigheid, hout- en tuinactiviteiten.

In de 2de fase ligt de klemtoon op:

  • de maatschappelijke redzaamheid en vorming: zelfstandig winkelen, zich zelfstandig bewegen in het verkeer, gebruik maken van het openbaar vervoer en openbare nutsvoorzieningen, loon en omgaan met geld, toekomstige woonvormen......                                                      
  • de arbeidstraining: het gaat dan vooral om semi-industriële activiteiten zoals verzendingswerk, inpakwerk en verpakkingswerk en eenvoudig montagewerk. Voor leerlingen die later in een beschutte werkplaats tewerkgesteld worden, worden er vanaf het 6e en 7e jaar verplichte stages voorzien in de beschutte werkplaats. Voor leerlingen die later niet in een beschutte werkplaats tewerkgesteld kunnen worden, worden eveneens stages voorzien maar dan in het kader van begeleid werken.

Leerlingen kunnen bij ons kiezen tussen arbeidstraining, groenzorg alsook onderhoud.

Afhankelijk van welke weg tijdens de opleiding ingeslagen werd, is er de mogelijkheid om na hun opleiding aan de slag te gaan in een beschutte werkplaats, een maatwerkbedrijf of binnen begeleid werken. Zij kunnen daarnaar toe van thuis uit of voor de werknemers van een beschutte werkplaats of een maatwerkbedrijf vanuit een ‘tehuis voor werkenden’ waarbij een zekere verplaatsingszelfstandigheid nodig is (eigen vervoer of openbaar vervoer). Voor degenen die begeleid werken is er dan weer de mogelijkheid om dit te doen vanuit een ‘tehuis voor niet werkenden’.

De mate waarin onze leerlingen zich zullen integreren in het socio-culturele en maatschappelijk leven, is afhankelijk van individuele mogelijkheden en concrete omstandigheden.

5           Overlegstructuren

 

5.1         Interne overlegorganen

  • Ouderraad/ de ouderwerking:

Een goede samenwerking tussen de ouders en de school en voor de leerlingen die gebruik maken van de ‘module verblijf’ of ‘module dag’  van het  Medisch Pedagogisch Instituut (MPI) is erg belangrijk.

De mogelijkheid bestaat dat ouders zich actief inlaten met de werking van de school en het MPI,  in ouderraden en in de gebruikersraad.

Deze organisatie zit als volgt in elkaar:

Ouderraad -dagverblijf (de ouders van niet-schoolgaande minderjarige kinderen en  jongeren)

Ouderraad kinderen - jongeren (ouders waarvan de leerlingen in het BKLO of BuSO de  lessen volgen) In ouderraad kinderen - jongeren is er een afvaardiging van de school, van het  MPI  en is er iemand van de sociale dienst aanwezig.

Ouder - of familieraad – volwassenen (ouders of familieleden van volwassen mentaal gehandicapte personen die gebruik maken van voor hen uitgebouwde  voorzieningen door het MPI)

 

Iedere ouder is in de aangewezen raad welkom.

Uit ieder van deze ouderraden zijn er een aantal personen die als afgevaardigden in de gebruikersraad zitten. De gebruikersraad fungeert als overkoepelend orgaan.

 

  • De schoolraad :

De schoolraad is een door de overheid ingestelde raad, met een wettelijke basis (het Decreet van 02 april 2004), die de participatie regelt op school. Deze raad heeft een aantal bevoegdheden inzake informatie en communicatie, advies en overleg.

In deze raad zijn er vertegenwoordigers van de ouderraad, de pedagogische raad (personeel) en van de lokale gemeenschap.  Het aantal vertegenwoordigers van elke geleding bedraagt drie. De directeur woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

Er werd ook een leerlingenraad opgericht, die echter geen vertegenwoordiging heeft in de schoolraad, maar wiens stem toch zal gehoord worden.

De schoolraad heeft een eigen reglement van orde.

Het correspondentieadres van “De Schoolraad” is “Eindhoutseweg 25, 2440 Geel” en de correspondentie wordt gericht aan de voorzitter.

 

 

6           Financiële bijdrage van de ouders

Om degelijk en eigentijds onderwijs te bieden moet de school steeds hogere onkosten maken en is het helaas noodzakelijk om een aantal kosten aan jullie door te rekenen.

Als school zijn we verplicht aan jullie de (gemiddelde) kostprijs van een schooljaar mee te delen en hopen we op deze wijze tegemoet te komen aan de vraag van vele ouders aangaande de kosten van een schooljaar. Dit onderwerp komt ook aan de orde op de vergadering van de schoolraad en de ouderraad.

Bij het begin van het schooljaar ontvangt elke ouder de info omtrent de financiële tussenkomst specifiek voor de leergroep waarin zijn/ haar zoon/dochter de lessen volgt. Voor volgende posten kan een bijdrage aangerekend worden: kopieën, sportkledij, culturele activiteiten, kookles en snacks, sportactiviteiten: alle inkom of huur van sportaccommodatie of verplaatsingen ernaar toe, schooluitstappen, werkstukken handvaardigheid, crea of houtbewerking, abonnement tijdschrift, drank externaat.

Betalingswijze: Op het einde van iedere trimester wordt een schoolrekening aangeboden. Op het einde van de derde trimester gaat het om de eindafrekening. (Enkel de reëel gemaakte onkosten worden aangerekend).

Ouders die moeite hebben om de trimestriële rekeningen te kunnen betalen, kunnen aan de school vragen om een ander (vb. maandelijks) afbetalingsplan op te stellen.

De facturen van de school dienen voldaan te worden binnen de 15 (vijftien) dagen vanaf de factuurdatum. Voor iedere onbetaalde factuur zal, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, een verwijlintrest vanaf de factuurdatum worden aangerekend met een minimum van 12 % (twaalf) per jaar. Bovendien zal een schadevergoeding worden aangerekend, van rechtswege en zonder ingebrekestelling. Die schadevergoeding zal nooit kleiner zijn dan 15 % van het bedrag van de facturen en zal minimum €50.00 (vijftig euro) bedragen. In geval van niet – of gedeeltelijke betaling van een factuur op de gestelde vervaldag zijn van rechtswege en zonder ingebrekestelling alle openstaande facturen onmiddellijk opeisbaar.

7           Afspraken, gedrag - en leefregels

7.1         Tijdig aanwezig zijn   

  • Ouders die hun zoon of dochter zelf brengen en/of afhalen:

Hou  er rekening mee dat de campus een verkeersvrij domein is. Breng uw zoon/dochter vóóraleer de lessen beginnen.

De leerlingen verzamelen ’s morgens op de speelplaats van het BuSO. Er is toezicht vanaf 10 minuten vóór de aanvang van de lessen. Indien leerlingen vroeger op de speelplaats (op school) vertoeven, is dit op eigen verantwoordelijkheid.

Ouders die hun zoon/dochter zelf afhalen: Haal hem/haar, niet voor het einde van de schooltijd af, aan het klaslokaal: dit stoort immers het  pedagogisch gebeuren.

Afwijkingen in verband met tijdstip en plaats van afhalen dienen overeengekomen te worden met de directie die daarover zal overleggen met de leerkrachten.

  • Voor leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer:

Het leerlingenvervoer is gemeenschappelijk georganiseerd met het Buitengewoon Kleuter- en Lager Onderwijs. Het leerlingenvervoer is gratis op voorwaarde dat de leerling de school bezoekt die het dichtst bij de woonplaats ligt.

Voor een vlot verloop vragen we dat de leerlingen zich houden aan de leef- en gedragsregels op de schoolbus: zie punt 7.4.

Uur en plaats van op- en afstappen worden in het begin van het schooljaar aan elke leerling/ouder medegedeeld. Het is erg belangrijk dat ieder zich daar stipt aan houdt. Elk oponthoud verlengt de busrit voor alle anderen.

Wanneer uw zoon/dochter niet meerijdt (wegens ziekte of om andere redenen), gelieve dit zo snel mogelijk door te geven aan de school, de busbegeleider of aan de verantwoordelijke van het leerlingenvervoer. Alle meldingen en vragen i.v.m. het busvervoer dien je door te geven aan de verantwoordelijke van het leerlingenvervoer op GSM nummer 0495/47.44.77. Dit kan ‘s morgens vanaf 7u00 tot 8u00, ‘s avonds na 20u00 en in het weekend (maar dit enkel voor dringende mededelingen).

Tijdens de schooluren zijn de verantwoordelijke van het leerlingenvervoer te bereiken op het telefoonnummer van het secretariaat: het MPI, 014/86.11.47.

Gelieve elke wijziging zo vlug mogelijk kenbaar te maken.

 

  • Leerlingen die op eigen kracht naar school komen:

Zij dienen ervoor te zorgen tijdig aanwezig te zijn. Er is toezicht op de speelplaats vanaf 10 minuten vóór de aanvang van de lessen.

Indien leerlingen vroeger op de speelplaats vertoeven, gebeurt dit op eigen verantwoordelijkheid.

Om verzekerd te zijn moeten de leerlingen die de fiets (eventueel de bromfiets) gebruiken, langs de veiligste weg (zonder ‘ommetjes’ of nodeloos oponthoud) heen en terug rijden. Zij dienen er tevens zorg voor te dragen dat hun fiets (eventueel bromfiets) in orde is en voldoet aan de wettelijke verkeersvoorschriften.

Leerlingen die gebruik maken van het openbaar vervoer dienen eveneens om verzekerd te zijn,  de snelst aansluitende verbindingen te nemen.

 

 

 

7.2         Gezondheid/medicatie/hygiëne

  • In geval van ziekte of ongeval:

Bij kleine voorvallen is er een EHBO-set op de school aanwezig die gebruikt kan worden om de eerste zorgen toe te dienen.

Bij ziekte worden de ouders gewaarschuwd en wordt er gevraagd om de leerling op school te komen halen.

Bij dringende en acute situaties wordt er onmiddellijk contact opgenomen met de medische dienst van het MPI, de huisarts van de leerling of de spoeddiensten. De ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht.

 

Als er een noodsituatie is tijdens de busrit van en naar de school, zal de busbegeleiding de 100 /MUG opbellen. Het inschatten van een medische urgentie en het toedienen van noodmedicatie behoren immers niet tot de verantwoordelijkheid van de busbegeleidster en situeert zich binnen verpleegkundig handelen.

Cliënten met een niet beheersbaar risico of waarbij de kans op een levensbedreigende situatie op de schoolbus reëel is, kunnen geen gebruik maken van het busvervoer. Voor hen zal nagegaan worden of een financiële tegemoetkoming als compensatie door de dienst leerlingenvervoer kan gegeven worden en er zal samen met de ouders gezocht worden naar mogelijke alternatieven voor vervoer.

  • Medische gegevens:

Alle medische gegevens betreffende uw zoon/dochter die noodzakelijk zijn voor een goed verloop in de klas, dienen aan de medische dienst van het MPI (tel. 014/ 86.11.40 voor de leerlingen van ‘module verblijf’ en ‘module dag’ of aan onze verpleegkundige (tel. 014/ 86.11.47 voor de externe leerlingen) te worden meegedeeld. Zij zullen de nodige informatie aan mekaar en aan de betrokken personeelsleden mededelen. De medische onderzoeken van het CLB (Centrum voor leerlingbegeleiding) vinden plaats op de medische dienst van het MPI. Het CLB bezorgt de gegevens van het onderzoek aan de ouders. Aan de school wordt enkel relevante gegevens doorgegeven (info over gehoor en zicht of belangrijke informatie nodig bij de begeleiding van de leerling).

  • Medicatie:

Het toedienen van medicatie in de school wordt beperkt tot het strikt noodzakelijke. Wanneer medicatie ‘s morgens en/of ‘s avonds toegediend moet worden, gebeurt dit door de ouders thuis. (voor leerlingen van ‘module verblijf’. door de verpleegkundige van het MPI)

Indien tijdens de schooluren medicatie toegediend moet worden, wordt de medicatie samen met een doktersvoorschrift en een akkoord van de ouders aan de school bezorgd. Bij het begin van het schooljaar worden blanco aanvraagformulieren met de leerlingen meegegeven. Dit aanvraagformulier bevat de volgende informatie: datum, naam van het kind, naam van de medicatie, dosering, wijze van toediening en duur van de behandeling. Op de verpakking van de medicatie dient duidelijk vermeld te worden: naam dokter/apotheker, naam kind, vervaldatum, dosering, wijze van toediening en bewaring.

De medicatie wordt via de busbegeleiding aan de school bezorgd. Leerlingen mogen in principe niet in het bezit van medicatie zijn.

De medicatie wordt enkel toegediend door de  verpleegkundige van de school of de medische dienst van het MPI. Enkel zeer uitzonderlijk, vb. bij schoolreis of bosklassen, kan medicatie door een niet medisch geschoolde (vb. leerkracht) worden gegeven, mits akkoord van de ouders.

Elke vraag tot medicatie, ook bij occasionele inname, wordt gericht aan de verpleegkundige van de school of de medische dienst van het MPI. Deze medisch geschoolde personeelsleden bepalen welke medicatie wanneer toegediend wordt. Hiervan vindt een registratie plaats in het dossier van de leerling. Hierbij wordt vermeld welke leerling welke en hoeveel medicatie van wie gekregen heeft, alsook de dag en het uur van inname van de medicatie.

  • Hygiëne:

We verwachten dat de leerlingen verzorgd naar school komen. Hier hechten wij zéér veel belang aan:

zich regelmatig wassen, hun tanden poetsen en zich eventueel scheren

regelmatig proper ondergoed en kledij aantrekken.

Tijdens de lessen hygiëne wordt er gedoucht en besteden we aandacht aan tanden poetsen en scheren. Dit kan samen met de leergroep en/of individueel.

We behouden ons tevens het recht voor om pedagogisch op te treden en indien nodig, na info aan  de ouders, gepaste maatregelen te nemen. (vb. verplicht douchen  en/of kledij laten wassen op school. Eventueel kan een tuchtmaatregel worden uitgesproken.)

Wanneer een leerling hoofdluizen heeft, melden we dit aan de ouders en zijn deze verplicht zoon/dochter hiervoor te behandelen zo niet is men verplicht hem/haar thuis te houden (hoofdluizen zijn heel besmettelijk).

Voor de behandeling raadpleegt men best de apotheker of huisarts.

Een brief met meer uitleg is te bekomen op school of medische dienst.

Voor de leerlingen van ‘module verblijf’ wordt de begeleiding van de leefgroep mee ingeschakeld, maar de ouders worden wel op de hoogte gebracht en dienen hun medewerking te verlenen.

  • Uiterlijk voorkomen en kledij:

Zorg voor gemakkelijk, aangepaste kledij en schoeisel en zorg dat alles met de naam getekend is. De school is niet verantwoordelijk in geval van verlies, diefstal of beschadiging.

Specifieke sportkledij (zoals bijvoorbeeld atletiek- of voetbalbroekje / truitje) worden niet aanvaard als gewone kledij op school. In de zomer: een deftig T-shirt, broek of rok. 

De leerlingen komen met een verzorgd kapsel naar school, geen extravagante kapsels, noch wat kleur, noch wat snit betreft.

Sieraden dragen, zoals één paar bescheiden oorbellen, mag. We moeten hierbij ook denken aan de veiligheid.

Piercings in het gelaat worden niet toegestaan. Onzichtbare piercings kunnen wel, maar mogen niet leiden tot misbruik en/of provocatie.

Voor bepaalde lesactiviteiten dragen de leerlingen aangepaste kledij al dan niet voorzien door de school en dit in overleg met de betrokken leerkrachten.

We behouden ons tevens het recht voor om pedagogisch op te treden en indien nodig, na overleg met de ouders, gepaste maatregelen te nemen.

Voor de turnlessen en/of het sportproject verwacht de school dat de leerlingen over degelijk sportkledij beschikken. De school biedt T-shirt en sportbroek tegen kostprijs aan. De school zorgt zelf voor het aanbrengen van de naam op de kledij en het wassen. De school voorziet ook een turnzakje om de kledij op te bergen. De leerling voorziet zelf een degelijke paar sportschoenen met lichte zool. Sportschoenen moeten getekend zijn. Indien de leerling geen sportkledij van de school neemt, zorgt hij zelf voor een degelijk blauwe T-shirt (onbedrukt) en zwarte sportbroek die ook getekend zijn.

 

7.3         Wat brengt een leerling in zijn boekentas/rugzak mee naar school?

  • Wat moet erin?
    • het contactschriftje of de agenda; dit is één van de communicatiemiddelen die we tussen school en ouders ter beschikking stellen. Een vraag, een boodschap, een bemerking of suggestie waardoor we uw zoon/dochter beter kunnen begeleiden kan er zeker in.
    • hygiëne: zakdoek,  eventueel  reservekleding (voorzien van naamteken) en  maandverband
    • turnkledij (indien dit niet aangekocht is via de school) of zwemkledij (voorzien van naamteken)
    • schoolgerei (voorzien van naamteken): in afspraak met de leerkrachten
    • brooddoos + eventueel drank (externe leerlingen)

De  leerlingen brengen geen chips of snoep mee. Wat wel kan is een gezonde snack of ‘tussendoortje’  bijvoorbeeld een stuk fruit of  één  koek per speeltijd. Leerlingen kunnen tijdens de speeltijd enkel water drinken.

Het gebruik van de GSM wordt niet toegestaan tijdens de speeltijden. Tijdens de lessen kunnen leerlingen hun GSM gebruiken indien dit kadert binnen de lesopdracht: bv. GSM als rekenmachine. De school is niet verantwoordelijk in geval van verlies, diefstal of beschadiging.

  • Wat mag niet?
    • dingen die met de klas – en schoolwerking niets te maken hebben
    • gevaarlijke voorwerpen zoals messen (indien we deze vinden, worden ze onmiddellijk afgenomen)
    • Kostbare voorwerpen zoals, radio’s, mp3, iPod,… horen niet thuis in de school. Bij verlies of diefstal of beschadiging kan de school hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden.

7.4         Gedrag

We willen de leerlingen leren respectvol om te gaan met elkaar en de omringende leefgemeenschap.

Daarom verwachten wij dat alle leerlingen:

  • respectvol omgaan met medeleerlingen, personeel en alle mensen die zij ontmoeten (beleefd en vriendelijk zijn…..)
  • respectvol omgaan met materialen van zichzelf (zorg dragen voor eigen kleding en bezittingen….)
  • respectvol omgaan met kleding en materialen van medeleerlingen of de school (niet wegnemen of beschadigen van kledij of materialen)
  • respectvol omgaan met het milieu (zorgvuldig sorteren van afval; geen afval laten rond slingeren of achter laten, geen planten beschadigen of dieren pijn doen …)
  • Gedrag op school:

De leerlingen gedragen zich vriendelijk en voorkomend.

Er wordt verwacht dat zij steeds onder toezicht zijn (zich daaraan niet onttrekken) en de instructies van het personeel opvolgen.

Enkel mits toelating mag een leerling de speelplaats verlaten (bijvoorbeeld om alleen naar de medische dienst te gaan, om iets te gaan halen in de leefgroep …....).

Er geldt een algemeen rookverbod voor iedereen in alle gesloten ruimten op school. Bovendien geldt dit verbod op weekdagen, tussen 6.30 u. ’s morgens en 18.30 u. ’s avonds op het volledige schoolterrein. Tijdens extra-murosactiviteiten is het elke dag verboden te roken tussen 6.30 u. ’s morgens en 18.30 u. ’s avonds. Bij overtredingen van dit rookverbod kunnen er sancties getroffen worden conform het orde- en tuchtreglement zoals vermeld in het schoolreglement. Bij de onderwijsinspectie kan je eventueel klacht indienen indien je vindt dat het rookverbod op school ernstig met de voeten getreden wordt. (Decreet 22 mei 2008)

Ook het gebruik van alcoholische dranken en drugs is verboden.

 

  • Gedrag in de klas:

 Er wordt verwacht dat zij steeds onder toezicht zijn (zich daaraan niet onttrekken) en de instructies van het personeel opvolgen.

Enkel mits toelating mag een leerling het klaslokaal verlaten, bijvoorbeeld om alleen naar de medische dienst te gaan, om iets te gaan halen in de leefgroep ,…....  of om een opdracht van de leerkracht uit te voeren, bv. een boodschap voor het secretariaat, materiaal wegbrengen naar een ander klaslokaal, was wegbrengen naar de wasserij, …

Eten of drinken wordt niet toegestaan, tenzij tijdens de keukenlessen en bepaalde tijdstippen (zoals de ‘korte onderbrekingen’).

Jassen en petten worden ordelijk aan de daarvoor voorziene kapstokken buiten het klaslokaal gehangen.

Tijdens bepaalde lesactiviteiten wordt er verwacht dat de leerlingen een schort aandoen of specifieke kledij of schoeisel, zoals voor L.O.

  • Verplaatsingen op het domein:

Na de lessen van de voormiddag en ’s avonds gaan leerlingen van ‘module verblijf’ ordentelijk  en rechtstreeks naar hun respectievelijke leefgroepen. De minder zelfstandige leerlingen worden begeleid naar hun leefgroepen.

Na de lessen van de voormiddag gaan de leerlingen van ‘module dag’ en externe leerlingen ordentelijk en rechtstreeks naar hun respectievelijke leefgroep, naar de refter en ’s avonds naar de plaats van de bussen. De minder zelfstandige leerlingen worden begeleid naar de opstapplaats van de bussen. Bij het opstappen op de bussen is er steeds iemand van het hulpopvoedend personeel aanwezig.

Woensdagmiddag gaan de interne leerlingen en de ‘semi-interne’ leerlingen die ’s namiddags blijven, ordentelijk  en rechtsreeks naar hun respectievelijke leefgroepen. De externe leerlingen gaan naar de plaats van de bussen, waar er toezicht is van iemand van het personeel.

De minder zelfstandige leerlingen worden bij de verplaatsing begeleid.

Op vrijdagavond gaan al de leerlingen onder begeleiding naar de bussen en de leerlingen die blijven,  gaan onder toezicht naar hun respectievelijke leefgroep.

’s Ochtends bij de aankomst van de bussen is er steeds iemand van het ondersteunend personeel aanwezig.

Vóór de aanvang van de lessen is er bewaking op de speelplaats ’s morgens van 08.30 – 08.40 uur en ’s middags van 13.00-13.15 uur. Het is de bedoeling dat de leerlingen binnen de aangegeven tijdspannen naar de speelplaats komen en bij het belsignaal in rij, onder begeleiding van de leerkrachten, naar hun klaslokalen vertrekken.

  • Gedrag op de speelplaats:

De leerlingen blijven steeds op de speelplaats. Zij mogen deze enkel verlaten, mits toelating.

De leerlingen die wensen te voetballen, verzamelen bij de aanvang van de pauze aan het ‘poortje’. Ze vertrekken samen naar het voetbalveld, onder begeleiding van de betrokken personeelsleden.

Toeschouwers zijn niet toegelaten. Er wordt enkel met een plastic bal gevoetbald. Op het einde gaan de leerlingen onder begeleiding terug naar de speelplaats.  

Tijdens de pauze wordt er niet over en weer gelopen van de speelplaats naar het voetbalveld.

Zowel op de speelplaats als op het voetbalveld gedragen de leerlingen zich vriendelijk en voorkomend tegenover mekaar en tijdens het spel zijn ze sportief.

Er wordt geen enkele vorm van agressie (noch verbaal, noch fysisch) geduld, evenmin als krachttermen. Er worden evenmin handtastelijkheden toegelaten. Leerlingen blijven niet rondhangen op het toilet.

Van de leerlingen wordt verwacht dat zij luisteren naar de personeelsleden die de pauze  begeleiden. Zij kunnen hierbij deelnemen aan de spelen die onder begeleiding worden aangeboden. Ook het basketbalspel kan beoefend worden. Andere balsporten worden om veiligheidsredenen niet toegestaan.

De leerlingen mogen onder de speeltijd één koek, boterham of stuk fruit eten en hun eigen ‘gezonde’ drank opdrinken. Zij kunnen ook drinken aan het pidpa kraantje.

De leerlingen gebruiken tijdens de speeltijd geen GSM of muziekapparaten.

Bij het belsignaal vormen de leerlingen van de verschillende leergroepen een rij en wachten  daar op hun leerkracht. De leerlingen gaan onder begeleiding van hun leerkracht naar het klaslokaal.

  • Gedrag tijdens activiteiten ‘buiten de schoolmuren’:

Het is evident dat ook dan de leerlingen naar de leerkracht/begeleidende personeelsleden dienen te luisteren en dat zij zich niet mogen onttrekken aan hun toezicht.

We streven ernaar dat de leerlingen zich voorkomend en vriendelijke gedragen ten opzichte van mekaar en de mensen die ze ontmoeten tijdens de verplaatsing (hetzij te voet, hetzij met vervoer van de school, hetzij met openbaar vervoer) en op de plaats van bestemming.

Zij dienen zich maatschappelijk aangepast te gedragen:

  • zich niet kleverig gedragen (niet iedereen aanspreken, niet elkeen die vriendelijk is omhelzen…)
  • niet alles vastnemen, enkel datgene wat ze nodig hebben (vb. in een winkel met zelfbediening)
  • niets wegnemen (wat dan ook)
  • respect hebben voor de bezittingen van anderen (niet beschadigen)
  • Gedrag van de leerlingen die gebruik maken van de zaal van het externaat (tijdens de middag van 12.10-13.00 uur):

Jassen en petten dienen aan de kapstok gehangen te worden.

De leerlingen krijgen ieder een eigen plaats aan één van de  tafels die voor hen voorzien zijn. Zij worden iedere dag begeleid door het ondersteunend personeel.

De school voorziet voor de externe leerlingen, tegen betaling, een mok soep,  melk en koffie. Water van de kraan is gratis te verkrijgen. Het is dus niet echt nodig dat de leerlingen drank van thuis uit meebrengen, wel een lunchpakket. Indien de leerling zelf drank mee naar school brengt, moet hij zich houden aan volgende verantwoorde dranken: koffie, plat en bruisend water, gearomatiseerd water, verse soep, halfvolle melk, melkdranken en yoghurtdranken, sojadranken (natuur en met smaken), 100% ongezoet fruitsap en groentesap.

Tijdens de middag eten de leerlingen uitsluitend boterhammen. Broodjes, koffiekoeken, kant- en klare maaltijden en snoep zijn niet toegestaan. Een  koek of fruit kunnen wel gegeten worden. De leerlingen brengen hun boterhammen mee in een brooddoos. Aluminiumfolie is niet toegestaan.

 

We hechten er belang aan dat de leerlingen zich voorkomend gedragen:

 - tijdens eten en drinken

 - tegenover mekaar

Aan iedere tafel is er een beurtrol voor wat de opruim betreft.

 

De middagbegeleiding van de externe leerlingen duurt tot 13.00 uur. Vanaf  dan zijn ze samen met de andere leerlingen op de speelplaats, onder toezicht tot 13.15 uur (aanvang van de lessen).

 

 

  • Leef- en gedragsregels voor onze leerlingen op de schoolbus:
  • Leerlingenvervoer:

De bussituatie is vergelijkbaar met de speelplaatssituatie. De leerlingen komen er in contact met  leerlingen uit andere leer- en leefgroepen.

De busbegeleider, een volwassene die de verantwoordelijkheid heeft, is niet één van de eigen leerkrachten of opvoeders. Hij of zij moet in opdracht van de school zorgen voor een ordelijk verloop van de busrit en naar hem/haar dient, gezien de grote verantwoordelijkheid, dan ook geluisterd te worden.

  • De busbegeleider is verantwoordelijk voor o.a.:
    • het aanduiden van de (vaste) zitplaatsen in de bus. Alleen na overleg met de begeleider en met zijn/haar toelating kan een andere plaats ingenomen worden.
    • het regelen van de muziek. Muziek cd’s mogen meegebracht worden, maar de begeleider bepaalt wanneer, hoe lang, hoe luid, …. deze worden (op)gezet. Iedereen dient aan bod te komen.
    • de begeleider bepaalt wanneer iets storend is en kan dit verbieden
    • teneinde de bussituatie aangenaam en ordelijk te laten verlopen, pleegt de begeleider overleg met de leerlingen en maakt afspraken met hen
    • de begeleider meldt onaangepast gedrag aan de schooldirectie. In bepaalde gevallen worden door de directie maatregelen genomen.
    • De busbegeleider is verantwoordelijk voor de leerlingen vanaf het moment van instappen tot bij het uitstappen. Dus tot op het moment dat de leerling veilig in de bus is opgestapt dragen de ouders (of vertegenwoordiger) van de vervoerde leerling de volle verantwoordelijkheid. Tevens begeleiden de ouders (of vertegenwoordiger) hun kind bij het veilig afstappen van de bus. Na het verlaten van de bus bevinden de leerlingen zich niet meer onder de verantwoordelijkheid van de busbegeleider. De ouders van de vervoerde leerling dragen vanaf dan de volle verantwoordelijkheid en dienen de nodige schikkingen te treffen om hun kind aan de halte op te vangen langs de zijde van de weg waar de bus stopt.
      In overleg tussen ouders, busbegleiding en verantwoordelijke leerlingenvervoer kunnen andere afspraken gemaakt worden, maar ook dan blijft bovenstaande verantwoordelijkheid gelden.

 

  • De leerlingen op de schoolbus houden zich aan volgende gedragsregels:
    • De leerlingen duwen of trekken niet bij het in- of opstappen in de bus.
    • De leerlingen zetten hun boekentas vooraan in de bus.
    • De leerlingen maken gebruik van de veiligheidsgordels als deze voorhanden zijn.
    • De leerlingen blijven op hun plaats zitten, rondlopen kan gevaarlijk zijn bij het remmen of nemen van een bocht.
    • De leerlingen doen wat de busbegeleider vraagt, antwoorden beleefd.
    • De leerlingen praten rustig in de bus, teveel lawaai is niet aangenaam doch storend. Het kan de bestuurder afleiden en sommige leerlingen zenuwachtig maken.
    • De leerlingen snoepen niet in de bus, ze drinken geen frisdrank of alcohol. Water drinken en een boterham of koek eten kan worden toegestaan door de busbegeleider.
    • De leerlingen kunnen een MP3-speler of IPOD meebrengen. Hierop plakt hun naam. De school is niet verantwoordelijk voor dit materiaal. In de school mag dit materiaal niet gezien of gehoord worden.
    • Leerlingen van het BLO brengen geen GSM mee. Leerlingen van het BuSO kunnen, op eigen verantwoordelijkheid, een GSM bij hebben maar mogen die enkel uitzonderlijk gebruiken met toestemming van de busbegeleider. In de school wordt de GSM afgezet en wordt hij enkel gebruikt in afspraak met de leerkracht.
    • De leerlingen tonen respect voor mekaars materiaal, blijven van materiaal af dat niet van hen is.
    • De leerlingen blijven van elkaars lichaam af.

 De rol van de ouders:

De ouders zorgen dat hun zoon of dochter tijdig op de opstapplaats is. Als een jongere niet tijdig op de opstapplaats is, wordt niet langer dan 2 minuten gewacht. Dit geldt ook wanneer de ouders niet tijdig aan de afstapplaats zijn. De leerling wordt dan mee terug naar de school gebracht en de receptie (permanentie) van het MPI verwittigt de ouders.

  • De schooldirectie zal:
  • regelmatig overleg plegen met de busbegeleiders
  • bij ernstige feiten de ouders op de hoogte brengen en samen met hen zoeken naar oplossingen

 7.5         Afwezigheden op school

 Algemeen:

Om ‘regelmatige leerling’ te zijn in het buitengewoon secundair onderwijs moet een jongere regelmatig de lessen volgen. Het statuut van regelmatige leerling geeft enerzijds aan de school het recht op omkadering van personeelsleden en werkingsmiddelen op basis van de telling van 01 februari en verleent anderzijds aan de leerling het recht op een attest of officieel studiebewijs.

Behalve bij gewettigde afwezigheid neemt de leerling vanaf 01 september tot en met 30 juni deel aan alle lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep.

Ook buitenschoolse activiteiten (uitstap, sportdag,...) worden als normale schooldagen beschouwd. Ze geven aan de leerling immers de kans om zich te verrijken en zich verder te ontwikkelen.

Indien een leerling om een of andere ernstige reden niet aan één van deze activiteiten kan deelnemen, wordt dit vooraf met de directeur of zijn afgevaardigde besproken.

Hierna vindt u in welke situaties leerplichtige jongeren gewettigd afwezig kunnen zijn en wat uw verplichtingen terzake zijn.

 Ziekte of ongeval:

De leerling moet uiteindelijk voor elke afwezigheid een schriftelijk bewijs meebrengen.

Voor afwezigheden om medische redenen bestaan er vaste regels:

  • voor de externe leerlingen:
    • Een medisch attest is niet nodig bij gewoon schoolverlet. Dit is een korte afwezigheid wegens ziekte van één, twee of drie opeenvolgende dagen. Dan brengt de leerling gewoon een ondertekende verklaring van zijn ouders binnen.
    • Een medisch attest is wel nodig als de leerling lang en veelvuldig ziek is. Als een leerling vier dagen of meer ziek is volstaat een verklaring van de ouders niet. Ook als een leerling reeds viermaal afwezig is geweest wegens ziekte,   uitsluitend verantwoord door een ondertekende verklaring van zijn ouders, dan moet die leerling vanaf dan ook voor elke korte afwezigheid van één, twee of drie opeenvolgende dagen een medisch attest binnenbrengen.
  • Voor de leerlingen van ‘module verblijf’ en ‘module dag’:
    • Een medisch attest is niet nodig bij gewoon schoolverlet. Dit is een korte afwezigheid wegens ziekte van één of twee opeenvolgende dagen. (Heeft te maken met de regelgeving van het  MPI)  Dan brengt de leerling gewoon een ondertekende verklaring van zijn ouders binnen.
    • Een medisch attest is wel nodig als de leerling lang en veelvuldig ziek is. Als een leerling drie dagen of meer ziek is, volstaat een verklaring van de ouders niet. Ook als een leerling reeds viermaal afwezig is geweest wegens ziekte, uitsluitend verantwoord door een ondertekende verklaring van zijn ouders, dan moet die  leerling vanaf dan ook voor elke korte afwezigheid van één of twee opeenvolgende dagen een medisch attest binnenbrengen.

 Een medisch attest is slechts rechtsgeldig indien het is uitgereikt door een geneesheer, een geneesheer - specialist, een psychiater, een orthodontist, een tandarts, de administratieve diensten van een ziekenhuis of van een erkend labo.

 Kan een leerling wegens ziekte niet deelnemen aan bepaalde activiteiten of aan de lichamelijke opvoeding dan moeten de ouders aan de huisarts een “medisch attest voor de lessen lichamelijke opvoeding en sportactiviteiten” vragen.

 De wettiging (het inleveren van het schriftelijk bewijs) gebeurt wanneer de leerling terug op school komt. We willen wel vragen dat de ouders steeds zo vlug mogelijk de school verwittigen.

Indien de leerling langer dan 10 opeenvolgende lesdagen ziek zal zijn, dan moet het attest onmiddellijk aan de school bezorgd worden.

 Wanneer een bepaald chronisch ziektebeeld leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,....) kan na samenspraak tussen school en CLB één medisch attest die het ziektebeeld bevestigt, volstaan. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders.

 Toegelaten afwezigheden en van rechtswege gewettigde afwezigheden:

 het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als de jongere of van een bloed- of aanverwant van hem of haar

  • het bijwonen van een familieraad
  • omdat de leerling opgeroepen of gedagvaard wordt voor een rechtbank
  • omdat de leerling onderworpen is aan een maatregel in het kader van de bijzondere jeugdzorg
  • omdat de school door overmacht niet bereikbaar is (vb overstroming)
  • omdat de leerling een preventieve schorsing heeft gekregen, of tijdelijk of definitief uitgesloten is (omwille van orde- en tuchtmaatregelen )

(voor elke afwezigheid bezorgt u aan de school zo vlug mogelijk een officieel document)

 Bijzondere regel:

Er is een bijzondere regel voor moslim en joodse leerlingen. Wanneer de ouders vooraf melden dat de leerling zal deelnemen aan het beleven van een van de volgende feestdagen, krijgt hij vrijaf:

  • Moslims : het Suikerfeest (1dag) en het Offerfeest (1dag)
  • Joodse leerlingen: het Joods nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoeningsdag (1dag), het Loofhuttenfeest (4dagen), het Paasfeest (4dagen) en het Wekenfeest (2dagen).

 Andere afwezigheden:

Andere afwezigheden moeten in principe steeds vooraf  besproken worden met de directeur of zijn afgevaardigde. Hij zal nagaan of deze afwezigheden reglementair mogelijk zijn en beslist of hij/zij ze al dan niet aanvaardt. Voorbeelden:

  • persoonlijke redenen
  • voor het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. Het betreft hier niet de dag van de begrafenis, maar wel bijvoorbeeld een periode nodig om de jongere een emotioneel evenwicht te laten terugvinden (een rouwperiode) of om de jongere toe te laten een begrafenis in het buitenland bij te wonen.
  • wanneer een leerling geselecteerd wordt door een erkende federatie voor deelneming aan een culturele of sportmanifestatie.

De leerling heeft dus geen recht op deze afwezigheden: de directeur beslist hierover.

 Spijbelen:

Spijbelen kan niet! Bij overtreding zal de leerling zowel door een verantwoordelijke van de school als door het CLB, strikt worden gevolgd.

Onregelmatige afwezigheden kunnen ernstige gevolgen hebben voor de school en voor de leerling in het bijzonder! De school kan zijn werkingsmiddelen verliezen voor die bepaalde leerling en de leerling in kwestie kan het statuut van regelmatige leerling verliezen, met name het recht op een attest of officieel studiebewijs.

 

8           Orde- en tuchtreglement

We verwachten dat iedereen op school de afspraken en leefregels naleeft. Als dat niet het geval is, kunnen we gebruik maken van het orde- en tuchtreglement.

 8.1         Begeleidende maatregelen

Wanneer je gedrag de goede werking van de school hindert, kunnen we in overleg met jou en je ouders een begeleidende maatregelen  voorstellen. Begeleidende maatregelen kunnen zijn:

  • een gesprek
  • een gedragskaart: in een gedragskaart leggen we een aantal gedragsregels vast waarop je je meer zal focussen. Op die manier willen we je helpen je gedrag zo aan te passen dat het contact en de samenwerking met personeelsleden en medeleerlingen opnieuw beter zal verlopen.
  • Een time-out: dit is een programma dat in de plaats komt van de normale lessen. Je wordt een tijdje opgevangen in een project om aan je gedrag te werken.

 8.2         Ordemaatregelen

Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan er een ordemaatregel worden genomen en/of kunnen er meer bindende gedragsregels worden vastgelegd in een geschreven begeleidingsplan.

Deze bijkomende maatregelen moeten de leerlingen helpen zijn/haar gedrag terug aan te passen zodat de goede verstandhouding en samenwerking met leerlingen en personeel opnieuw mogelijk worden.

Mogelijke ordemaatregelen zijn:

  • een verwittiging
  • strafwerk, herstel
  • nablijven: Dit houdt in dat de leerling in kwestie gedurende 2 lesuren, na het einde van de schooltijd in school blijft en een aangepast strafwerk moet uitvoeren (bijvoorbeeld pen- en papierwerk) of aan een bepaalde taak, zoals inpak – en verpakkingwerk, dient verder te werken. De ouders (en eventueel de leefgroep als het om internen gaat) worden hiervan telefonisch en schriftelijk op de hoogte gebracht en de straf vindt dan plaats de eerstvolgende dag waarop het klassenraad is. Voor externe en semi-interne leerlingen die dan niet van het leerlingenvervoer kunnen gebruik maken, dienen de ouders dan zelf voor het vervoer te zorgen.
  • een tijdelijke verwijdering uit de les: Dit houdt in het niet mogen deelnemen aan een activiteit (bijvoorbeeld die te maken heeft met de overtreding). In dat geval dient de leerling aan te sluiten bij een andere leergroep of wordt hij/zij afgezonderd met een uit te voeren opdracht, onder begeleiding.

 Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door elk personeelslid van de school in samenspraak met de directie.

Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

 

8.3         Tuchtmaatregelen

We kunnen beslissen om je een tuchtmaatregel op te leggen wanneer je de leefregels van de school in die mate schendt dat je gedrag een gevaar of ernstige belemmering vormt voor de goede werking van de school of voor de fysieke of psychische veiligheid en integriteit van medeleerlingen, personeelsleden of anderen. Dat zal bv. het geval zijn:

  • als je ook na begeleidende en ordemaatregelen de afspraken op school niet nakomt;
  • als je ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
  • als je het pedagogisch project van onze school in gevaar brengt.

 Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:

  • een tijdelijke uitsluiting: Deze maatregel houdt in dat de gesanctioneerde leerling gedurende een bepaalde  periode (maximaal 15 lesdagen):
    • bepaalde lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen
    • alle lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen
  • een definitieve uitsluiting:  Deze maatregel houdt in dat de gesanctioneerde leerling definitief uit de school verwijderd wordt en dit uiterlijk één maand, vakantieperiode niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de uitsluiting.

 Tuchtmaatregelen kunnen alleen door de directeur genomen worden.

Tegen tuchtmaatregelen is geen beroep mogelijk, behalve tegen definitieve uitsluiting.

Bij het nemen van tuchtmaatregelen, zal er voor leerlingen van ‘module verblijf’ en ‘module dag’, overleg gepleegd worden met het ‘kernteam’ van het MPI.

 In afwachting van een eventuele tuchtmaatregel, kan je als bewarende maatregel enige tijd de toegang tot de school worden ontzegd. Je wordt preventief geschorst.

Uiteraard kan een dergelijke preventieve schorsing enkel genomen worden in uiterst dringende omstandigheden:

  • voor zware gedragsmoeilijkheden die kunnen leiden tot je definitieve uitsluiting
  • wanneer je aanwezigheid op school een gevaar vormt voor jezelf, medeleerlingen of personeelsleden van de school

Alleen de directeur of een afgevaardigde van het schoolbestuur kan beslissen tot een dergelijke preventieve schorsing.

Deze maatregel wordt schriftelijk en kort gemotiveerd aan de ouders. Hij gaat onmiddellijk in. De maatregel wordt bevestigd en zo nodig nader gemotiveerd in de brief waarmee de tuchtprocedure wordt opgestart.

De preventieve schorsing duurt dus tot wanneer er een tuchtmaatregel wordt uitgesproken of de tuchtprocedure wordt stopgezet.

 Indien de directeur meent dat er reden is om een definitieve uitsluiting in overweging te nemen, wordt de volgende procedure gevolgd:

 de directeur wint het advies in van de klassenraad (en pleegt overleg met het ‘kernteam’ van het MPI als het gaat om een leerling van ‘module verblijf’ of ‘module dag’.

  1. indien de directeur meent dat er reden is om een tuchtmaatregel uit te spreken wordt de leerling en zijn ouders minimaal vijf werkdagen vooraf per brief opgeroepen tot een onderhoud met eventuele ondersteuning van een vertrouwenspersoon.
  2. de leerling, de ouders en eventueel de vertrouwenspersoon krijgen voorafgaandelijke inzage in het tuchtdossier
  3. binnen de drie werkdagen na het onderhoud brengt de directeur de ouders per aangetekende brief van zijn gemotiveerde beslissing op de hoogte.

 Pas dan wordt de tuchtmaatregel van kracht.

  • Mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing tot definitieve uitsluiting:

Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de beslissing tot definitieve uitsluiting, kunnen de ouders schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de interne beroepscommissie:

BuSO Oosterlo

Voorzitter van de interne beroepscommissie

Eindhoutseweg 25          

2440 Geel

tel.: 014/ 86 11 47

Het beroep schort de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op.

 De leerling wordt per brief opgeroepen om samen met zijn ouders en eventueel een ander vertrouwenspersoon te verschijnen voor deze beroepscommissie. De ouders hebben inzage in het dossier. Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van het beroep komt deze beroepscommissie dan samen.

 De interne beroepscommissie brengt de ouders binnen de vijf werkdagen per aangetekende brief op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing. Deze beslissing is bindend voor alle partijen.

 Een personeelslid van de school kan niet optreden als vertrouwenspersoon. Buitenstaanders mogen het tuchtdossier niet inzien, behalve mits schriftelijke toestemming van de ouders.

 Bij definitieve uitsluiting wordt de leerling en zijn ouders bijgestaan door de directeur of zijn afgevaardigde en door het begeleidend CLB - centrum bij het zoeken naar een andere school.

 Het tuchtdossier van de leerling kan niet worden overgedragen naar een andere school.

 Opvang op school tijdens een tuchtmaatregel

Wanneer je preventief geschorst wordt tijdens de tuchtprocedure of na de tuchtprocedure tijdelijk wordt uitgesloten, zullen we je steeds meedelen of je tijdens die periode wel of niet op school aanwezig moet zijn. Zowel bij een preventieve schorsing als een tijdelijke of een definitieve uitsluiting kunnen je ouders ook zelf vragen om je op school op te vangen. We vragen dat ze dat schriftelijk doen, samen met de redenen van hun vraag. Als we niet ingaan op hun vraag, zullen wij op onze beurt ook schriftelijk aangeven waarom we dat niet doen. Als we wel op de vraag ingaan, zullen we vooraf enkele praktische afspraken maken met jou en je ouders.

 

9           Bijkomende informatie

 

9.1         Vragen / problemen / suggesties

Voor vragen, problemen of suggesties kan u terecht bij de orthopedagoog, de directie, de verpleegkundige van de school of het CLB.

 

9.2         Reclmame- en sponsorbeleid

In onze school proberen we geen reclame te voeren.

Sponsoring die we toelaten moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstellingen van de school.

We geven vrijblijvende informatie door van activiteiten die georganiseerd worden voor kinderen met beperkingen.

Wanneer u klachten heeft over sponsoring op school kan u terecht bij

Commissie Zorgvuldig Bestuur

Departement Onderwijs Secretariaat – Generaal

Kamer 5B12

Koning Albert II – laan 15

1210 Brussel

9.3         Schoolverzekering

Uw zoon/dochter is verzekerd tegen ongevallen wanneer hij/zij onder toezicht staat van personeel van de school en op weg van en naar school.

Ook tijdens een stage geldt deze verzekering, evenals voor de verplaatsingen van en naar de stageplaats.

 Bij ongeval dient er steeds een medisch attest ingevuld te worden door de arts die de eerste zorgen verschaft. (formulier voor de verzekering te bekomen op de school)

  1. Een uitgavenstaat dient ingevuld te worden ( bij uw ziekenfonds laten invullen voor de niet terugbetaalde tussenkomsten)
  2. Medisch attest (dokter) + uitgavenstaat en de nodige bewijzen terug bezorgen aan de
  3. De school handelt de nodige formaliteiten met de verzekeringsmaatschappij af.

 Zaken waarvoor de school niet verantwoordelijk kan gesteld worden, bij schade of verlies zijn: kleding, uurwerken en sieraden.

 Bij schadegevallen waarvoor leerlingen aansprakelijk kunnen gesteld worden, dient in eerste instantie de familiale polis en in tweede instantie de schoolverzekering te worden aangesproken.

9.4         Betwisting van de door de klassenraad genomen beslissing door de ouders

De klassenraad is onder meer bevoegd om te beslissen aangaande:

  • het blijven in of overgang naar een andere opleidingsvorm, in samenspraak met het CLB
  • het al of niet overgaan naar een andere fase in opleidingsvorm 2 (van de 1ste naar de 2de fase)
  • de schoolverlenging boven de leeftijd van 21 jaar (zie ook schoolreglement-infobundel)

De klassenraad is bevoegd tot het geven van adviezen omtrent de verdere vorming (schoolbezoek) of eventuele andere mogelijkheden. Mogelijke beslissingen zijn:

  • In opleidingsvorm 1 volg je een traject dat inzet op maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving met ondersteuning (met of zonder arbeidsdeelname). Op het einde van je traject behaal je een attest van de opleidingsvorm.
  • Opleidingsvorm 2 bestaat uit twee fasen van elk ten minste twee leerjaren. De eerste fase geeft voorrang aan algemene en sociale vorming, de tweede fase aan arbeidsgerichte vorming. Op het einde van je traject behaal je een attest van de opleidingsvorm.

 Als ouders niet akkoord gaan met een beslissing die door de klassenraad is genomen, dan kunnen  zij hiertegen reageren. Ten laatste op de derde werkdag na de melding van de beslissing dienen zij de afgevaardigde van het schoolbestuur  of de directeur op de hoogte te brengen.

Dit gebeurt ofwel telefonisch (tussen 08.30 en 17.00 uur) op het nummer

 014 /86 11 47 ofwel schriftelijk bij de directeur.

In een persoonlijk onderhoud kunnen zij dan hun bezwaren kenbaar maken.

  Dit onderhoud kan ertoe leiden dat :

  • men de ouders aan de hand van het dossier kan overtuigen, dat de genomen beslissing gegrond is: er is geen betwisting meer
  • men oordeelt dat de door de ouders aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de klassenraad rechtvaardigen, maar de ouders zijn het daar niet mee eens: de betwisting blijft bestaan
  • men van oordeel is dat de bezwaren die de ouders aandragen, het overwegen waard In dit geval roept men zo spoedig mogelijk de klassenraad opnieuw samen om de betwiste beslissing te heroverwegen. Naargelang het resultaat van deze bijeenkomst, die schriftelijk aan de ouders wordt medegedeeld, blijft de betwisting al dan niet bestaan.
  • Als de betwisting blijft bestaan dan kunnen de ouders schriftelijk beroep instellen bij:

BuSO Oosterlo

Voorzitter van de interne beroepscommissie

Eindhoutseweg 25,

2440 Geel

 

Dit dient te gebeuren uiterlijk vijf werkdagen, nadat bleek dat de betwisting is blijven bestaan.

 Deze interne beroepscommissie onderzoekt de klacht grondig en deelt het resultaat van haar bevindingen mee aan het schoolbestuur .

Het schoolbestuur beslist op grond van het door de beroepscommissie uitgevoerd onderzoek of de klassenraad wel of niet opnieuw moet samenkomen.

 Indien de klassenraad niet opnieuw moet samenkomen, deelt het schoolbestuur deze beslissing bij aangetekend schrijven aan de ouders mede en motiveert ze.

 Indien de klassenraad wel opnieuw moet samenkomen, gebeurt dit ten laatste op 20 september van het daaropvolgend schooljaar. het schoolbestuur deelt de beslissing van de klassenraad onmiddellijk bij aangetekend schrijven aan de ouders mede en motiveert ze.

9.5         Klachtenregeling

Je ouders of jij zelf hebben de mogelijkheid om te reageren wanneer zij ontevreden zijn met beslissingen, handelingen of gedragingen van ons schoolbestuur of zijn personeelsleden, of net het ontbreken van bepaalde beslissingen of handelingen. In dat geval kunnen zij contact opnemen met de directeur of de voorzitter van het schoolbestuur.

Samen met je ouders zoeken we dan naar een afdoende oplossing. Als dat wenselijk is, kunnen we in onderling overleg een beroep doen op een professionele conflictbemiddelaar om tot een oplossing te komen.

Als deze informele behandeling niet tot een oplossing leidt die voor je ouders volstaat, dan kunnen zij hun klacht in een volgende fase voorleggen aan de Klachtencommissie. Dit moet gebeuren via een aantekende brief. Het correspondentieadres is:

Klachtencommissie Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Guimardstraat 1
1040 Brussel

De commissie zal de klacht enkel inhoudelijk behandelen als ze ontvankelijk is, dat wil zeggen als ze aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de klacht moet betrekking hebben op feiten die niet langer dan zes maanden geleden hebben plaatsgevonden. We rekenen vanaf de laatste gebeurtenis waarop de klacht betrekking heeft.
  • de klacht mag niet anoniem zijn.
  • de klacht mag niet gaan over een feit of feiten die de klachtencommissie al heeft behandeld.
  • de klacht moet eerst aan het schoolbestuur zijn voorgelegd. Je ouders moeten hun klacht ten minste hebben besproken met de contactpersoon die hierboven staat vermeld én het schoolbestuur de kans hebben gegeven om zelf op de klacht in te gaan.
  • de klacht moet binnen de bevoegdheid van de Klachtencommissie vallen. De volgende zaken vallen niet onder haar bevoegdheid:
    • klachten over feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure (bv. die betrekking hebben over een misdrijf);
    • klachten die betrekking hebben op het algemeen beleid van de overheid of op de geldende decreten, besluiten, ministeriële omzendbrieven of reglementen;
    • klachten waarvoor al een specifieke regeling en/of behandelende instantie bestaat (bv. over inschrijvingen, de bijdrageregeling, de definitieve uitsluiting, een evaluatiebeslissing …).

Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie is vastgelegd in het huishoudelijk reglement dat beschikbaar is via www.katholiekonderwijs.vlaanderen.be

De Klachtencommissie kan een klacht enkel beoordelen. Zij kan het schoolbestuur een advies bezorgen, maar geen bindende beslissingen nemen. De eindverantwoordelijkheid ligt steeds bij het schoolbestuur. Tegen een advies van de Klachtencommissie kan je niet in beroep gaan.

Bij een klacht verwachten we van alle betrokkenen steeds de nodige discretie en sereniteit.